Patiënten met functionele/dissociatieve symptomen zijn vaak bezorgd dat de verkeerde diagnose is gesteld. Dat komt vooral omdat er geen test in het bloed, of een scan van de hersenen, die de diagnose kan stellen.
Er zijn veel verschillende neurologische problemen. De volgende aandoeningen
komen het meest voor:
- herseninfarct (CVA)
- epilepsie
- migraine / chronische hoofdpijn
- functionele / dissociatieve symptomen
- MS
- Ziekte van Parkinson
- Myastenia Gravis
- hersentumoren
- ALS
- perifere neuropathie
- honderden andere aandoeningen
Aan de andere hand zien we maar een klein aantal neurologische klachten:
- hoofdpijn
- uitval
- gevoelsstoornissen
- wegrakingen
- geheugen/cognitieve symptomen
- spraak- en slikklachten
- duizeligheid
- visiestoornissen (verminderd zicht, dubbelzien)
- tremoren, schokken en spasmes
- blaassymptomen
Er zijn zelfs zo weinig neurologische symptomen dat het erg begrijpelijk is, dat iemand met allerlei neurologische symptomen zich afvraagt of hij een neurologische ziekte heeft (de symptomen doen immers vaak denken aan deze neurologische aandoeningen).
Het doel van deze website is niet om uit te leggen hoe een neuroloog de diagnose stelt van al deze aandoeningen, maar laat zien dat neurologen bekend zijn met de aandoeningen waar u en uw familie misschien bang voor waren.
U bent misschien verbaasd dat functionele / dissociatieve symptomen zo hoog op de lijst met aandoeningen staat, terwijl weinig mensen er van gehoord hebben. In Groot-Brittanië is uit onderzoek gebleken dat 15% van alle patienten die gezien worden in neurologie klinieken functionele of dissociatieve klachten heeft.
Als uw neuroloog heeft vastgesteld dat u functionele of dissociatieve symptomen hebt, is dat zeer waarschijnlijk met een goede reden. Er zijn tekenen die kunnen wijzen op functionele klachten, naast het feit dat er geen andere aandoeningen zijn vastgesteld. Net zoals de ziekte van Parkinson, migraine en epilpesie kunnen worden gediagnosticeerd door een anamnese af te nemen en onderzoek te doen (lichamelijk en met testen), kunnen functionele/dissociative symptomen accuraat gediagnosticeerd worden.
Het kan ingewikkeld worden als een patiënt een onderliggende neurologische ziekte heeft (bijvoorbeeld MS), maar ook duidelijke tekenen van functionele symptomen heeft (bijvoorbeeld functionele verlamming van een been). Hier kan het zo zijn dat de neurologische aandoening de aanleiding was voor het ontstaan van functionele symptomen. Dit komt zelfs geregeld voor. In dat geval zijn er dus eigenlijk 2 diagnoses (en dus ook 2 aandoeningen)
Studies die gedaan zijn om te kijken hoe vaak neurologen de diagnose fout hebben gesteld, kwamen op een heel laag aantal fouten. Het percentage verkeerde diagnoses ligt op 5 % in de afgelopen 30 jaar, en is de afgelopen jaren veel beter geworden, zoals te zien in de grafiek die hiernaast is afgebeeld.
5% klinkt misschien veel, maar is veel lager dan bij patiënten met epilepsie en MS.
Dit bewijs suggereert dat de verkeerde diagose van neurologische ziekten net zo vaak voorkomt als iemand functionele stoornissen heeft, als wanneer iemand een andere neurologische aandoening heeft.
Concluderend....
Een arts (meestal neuroloog) die de diagnose functionele of dissociatieve stoornis stelt, moet bekend zijn met alle mogelijke neurologische diagnoses en met de positieve (bewijzende) clinische factoren die passen bij functionele stoornissen. Zelfs dan zal het nog wel eens fout gaan, maar niet vaker dan bij andere neurologische diagnoses.
IIn deze studie waren alle voorgaande onderzoeken gebundeld die lieten zien hoe vaak artsen een verkeerde diagnose stelden bij functionele symptomen. De grafief laat zien dat vanaf 1970 het percentage erg laag bleef (ongeveer 5 %). Dat is hetzelfde percentage als bij andere neurologische aandoeningen. (Stone et al BMJ. 2005; 331: 989;doi:10.1136/bmj.38628.466898.55)
You are viewing the text version of this site.
To view the full version please install the Adobe Flash Player and ensure your web browser has JavaScript enabled.
Need help? check the requirements page.